Onderzoek

Het behandelprotocol Denken+Doen=Durven wordt op dit moment onderzocht in een nieuwe versie. Deelname kan nog tot en met april. Neem hiervoor contact op met Liesbeth Telman via g.e.telman@uva.nl

 

Iedereen heeft angsten, maar als kinderen/jongeren overdreven bang zijn voor situaties of dingen die niet gevaarlijk zijn, en deze angst hun belemmert in hun dagelijkse functioneren, noemen we dit angststoornissen. Er is een effectieve behandeling voor angststoornissen, namelijk de cognitieve gedragstherapie. Uit voorgaand onderzoek weten we dat cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jongeren met angststoornissen zeer effectief is: de resultaten laten zien ongeveer 7 van de 10 kinderen/jongeren genezen is van zijn/haar angststoornis en bij nog eens 2 van de 10 kinderen/jongeren zijn de angstklachten verminderd. De behandeling werkt dus voor ongeveer 9 van de 10 kinderen/jongeren. Wat we echter nog niet weten is waarom de behandeling voor de een beter werkt dan voor de ander. Dit willen wij met het huidige onderzoek verder gaan onderzoeken. We vragen daarom de medewerking van gezinnen.

Het doel van het onderzoek is om te onderzoeken waarom de angstbehandeling bij de een beter werkt dan bij de ander. Heeft dit bijvoorbeeld te maken met geslacht (jongen of meisje)? Met de leeftijd? Hoe goed het huiswerk wordt gemaakt? Of heeft dit te maken met de relatie (‘de klik’) tussen het gezin en de behandelaar? Er is nog heel weinig bekend over deze factoren. Het is echter wel erg belangrijk om dit te weten zodat de behandeling beter en efficiënter kan worden ingezet. Een andere factor die we met dit onderzoek willen onderzoeken is of regelmatige feedback aan de behandelaar kan helpen om de effectiviteit te verbeteren. Om dit te kunnen onderzoeken worden alle gezinnen die meedoen aan het onderzoek opgedeeld in twee groepen. Alle gezinnen vullen wekelijks een korte vragenlijst (tijdsduur ongeveer 5 minuten) in over wat zij vonden van de behandelsessie en hoe het gaat met de angstklachten. Bij de helft van de gezinnen krijgt de behandelaar elke week inzage in deze informatie en hij/zij zal deze informatie met u en/of uw kind bespreken, bij de andere helft van de gezinnen krijgt de behandelaar geen inzage in deze informatie.
Opzet van het onderzoek

Als uw gezin mee wil doen aan het onderzoek dan vragen wij jullie (ouders/verzorgers en kind/jongere) vier keer aan een onderzoeksmeting mee te doen. Een onderzoeksmeting bestaat uit het invullen van een aantal vragenlijsten (online) en een (telefonisch) interview over de angstklachten van het kind/de jongere.

De vier momenten waarop de vragenlijsten en het interview worden afgenomen zijn:

(1) voor de start van de behandeling (voormeting)

(2) na 5 weken (tussenmeting)

(3) na 10 weken (nameting)

(4) na 20 weken (follow-up)

De eerste keer (voor de start van de behandeling) zal dit u en uw kind ongeveer een uur tijd kosten, de volgende (drie) keer zal dit ongeveer een half uur zijn.

Naast de vier onderzoeksmetingen die hierboven staan uitgelegd wordt aan degene die tijdens de behandelsessie aanwezig was, gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen over de tevredenheid van de sessie met de behandelaar en hoe het gaat met de angstklachten. Het invullen van deze korte wekelijkse vragenlijst duurt ongeveer 5 minuten.
Voordelen

U en uw kind krijgen veel informatie op papier over angst en de behandelaars die deze behandeling geven zijn goed getraind. De behandeling wordt intensief gevolgd en als u dit aangeeft op het toestemmingsformulier ontvangt u aan het einde van het onderzoek feedback over de door u en uw kind ingevulde vragenlijsten. Ook kunt u aangeven op het toestemmingsformulier of u wel of niet geïnformeerd wilt worden over de algemene uitkomsten van het onderzoek. Na de laatste onderzoeksmeting (follow-up) ontvangt uw gezin een VVV-bon t.w.v. 20 euro als dank voor de deelname aan het onderzoek.